Moratorium Erfelijkheidsonderzoek
VERBOND VAN VERZEKERAARS MORATORIUM ERFELIJKHEIDSONDERZOEK
BELEID VAN DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDS- EN LEVENSVERZEKERAARS, INZAKE ERFELJKHEIDSONDERZOEK
(Bron: Breed Platform Verzekerden & Werk (BPV&W)
Inleiding
De arbeidsongeschiktheids - en levensverzekeraars die lid zijn van het verbond van Verzekeraars hebben in 1990 een moratorium erfelijkheidsonderzoek afgesproken. Daarmee leggen ze zichzelf bij de risicobeoordeling terzake van het afsluiten van verzekeringen beperkingen op. Voordat nader op de inhoud van het moratorium wordt ingegaan, volgt hieronder een aantal belangrijke aspecten met betrekking tot deze risicobeoordeling
Risicobeoordeling
De wederzijdse wilsovereensternming, tussen de verzekeringnemer en de verzekeraar is de basis voor de privaatrechtelijke verzekeringsovereenkomst. Beide partijen baseren zich daarbij op risicobeoordeling. Er is bij particulier verzekeren sprake van vrijwillige verzekering: door beide partijen wordt een afweging gemaakt tussen de baten en lasten van verzekeringsdeelname en - daaruit voortvloeiend - het al dan niet sluiten van een verzekering. De premie is afgeleid van de omvang en aard van het risico. De risicobeoordeling is er op gericht om:
1. reeds aanwezige schadefactoren uit te sluiten
2. zelfselectie te identificeren
3. een adequate beoordeling van het risico en indeling in gelijksoortige risicogroepen te maken
Dit wordt hieronder toegelicht.
(a) In het Burgerlijk Wetboek wordt de verzekering gedefinieerd als een kansovereenkomst: "..een handeling, waarvan de uitkomsten met betrekking tot voordeel en nadeel hetzij voor alle partijen, hetzij voor enige derzelve, van een onzekere gebeurtenis afhangen." Het is dus essentieel dat op het moment waarop de verzekering wordt gesloten, het onzeker is dat, of en wanneer het verzekerde voorval (i.c. arbeidsongeschiktheid of overlijden) zich voordoet tijdens de looptijd van de verzekering
(b) Inherent aan het vrijwillige karakter van een particuliere verzekering is dat degene die een verhoogd sterfte- of arbeidsongeschiktheidsrisico heeft of dat vermoedt zich eerder zal verzekeren dan degene die een dergelijk verhoogd risico niet heeft of dat niet als zodanig, ervaart. Wanneer een verzekeraar zich tegen deze zelfselectie niet beschermt door een eigen risicobeoordeling, ontstaat er een onevenwichtige (financiële) opbouw van de verzekerings-portefeuille door de toestroom van onevenredig veel grotere risico's waarvoor geen toereikend premieniveau kan worden vastgesteld. Een onevenwichtig opgebouwde verzekeringsportefeuille kan resulteren in enerzijds financiële verliezen voor verzekeraars en anderzijds in hogere premies voor nieuwe en - afhankelijk van de soort verzekeringen - bestaande verzekeringen.
(c) In beginsel zal daarom een evenwicht moeten bestaan tussen de ontvangen premies en de toekomstige uitkeringen, aangezien tekorten niet, zoals bij sociale verzekeringen, door een premieverhoging kunnen worden omgeslagen over de polishouders en overeengekomen uitkeringen niet kunnen worden verlaagd. Teneinde toekomstige uitkeringen te kunnen garanderen, dient de verzekeraar daarom een toereikende premie te berekenen. Dit betekent dan ook dat de verzekeraar zich bij persoonsverzekering een goed beeld moet kunnen vormen van de gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde.
Informatie tussen verzekerde en verzekeraar
Adequate risico-inschatting houdt concreet in dat de verzekeraar wil beschikken over dezelfde gezondheidsinformatie waarover de kandidaat-verzekerde beschikt en dat naar aanleiding van deze informatie of bij een groot verzekerd bedrag, de verzekeraar aanvullende informatie of onderzoek kan verlangen. Dit is het algemene uitgangspunt bij de keuringspraktijk. Risico-inschatting gebeurt primair op basis van de door de kandidaat-verzekerde ingevulde gezondheidsverklaring, waarin een aantal vragen over de gezondheid wordt gesteld. Daarnaast kan in aanvulling op de gezondheidsverklaring medewerking aan een medisch onderzoek worden verlangd. Soms worden standaard tests uitgevoerd. Op basis van de verklaring en eventueel medisch onderzoek wordt beoordeeld of en hoe de verzekeringsaanvrage kan worden geaccepteerd.
Moratorium erfelijkheidsonderzoek
Met het moratorium ten aanzien van erfelijkheidsonderzoek hebben verzekeraars aangegeven dat medewerking aan erfelijkheidsonderzoek geen voorwaarde is voor het afsluiten van een verzekering. Evenmin verlangen verzekeraars van kandidaat-verzekerden dat zij het resultaat van eerder verricht erfelijkheidsonderzoek melden beneden de grens van € 160.000 .- -(verzekerd bedrag bij levensverzekering) respectievelijk € 32.000 .-/€ 22.000 .- (eerste/volgende jaarsrisico bij arbeidsongeschiktheidsverzekering (het moratorium is niet van toepassing op ziektekostenverzekeringen)). Iemand die reeds de ziekteverschijnselen verbonden aan een erfelijke ziekte heeft, moet dit uiteraard wél melden. De achtergrond van het moratorium is gelegen in de veronderstelling dat het negatief uitwerken van reeds ondergaan of nog te ondergaan erfelijkheidsonderzoek op de toegang tot verzekeringen voor mensen een belemmering zou kunnen opleveren om aan dergelijk onderzoek mee te doen. De voortgang van de medische technologie zou hierdoor gevaar kunnen gaan lopen.
In december 1994 heeft het Verbond zijn leden geadviseerd het in 1995 aflopende moratorium te verlengen voor onbepaalde tijd, gekoppeld aan een opzeggingstermijn van twee jaar. Tot opzegging zal slechts worden overgegaan indien ontwikkelingen in wetenschap en maatschappij ertoe leiden dat handhaven van het moratorium niet meer verantwoord is.
Tot een dergelijk besluit zal het Verbond niet licht komen. Waar het om gaat is dat verzekeraars niet voor lange tijd in een situatie terecht willen komen waar genetisch onderzoek algemeen aanvaard is en gebruikt wordt, terwijl verzekeraars door het moratorium deze informatie niet mogen gebruiken. In zo'n situatie zal het hiervoor besproken verschijnsel van zelfselectie op grote schaal gaan optreden, met alle nadelige, financiële, gevolgen voor verzekerden en verzekeraars vandien.
Overigens doet zich een dergelijke ontwikkeling in wetenschap en maatschappij ten aanzien van erfelijkheidsonderzoek niet plotseling voor; in de contacten tussen het Verbond, de Tweede Kamer, de betrokken ministeries en de patiëntenorganisaties (Breed Platform, VSOP, NVHP) wordt dit nauwkeurig gevolgd. De ruime opzegtermijn van twee jaar van het moratorium is bedoeld om een ieder de gelegenheid te geven zich te beraden op de gevolgen van een eventuele opzegging van het moratorium.
Definitie
In de praktijk is gebleken dat de term "erfelijkheidsonderzoek" vragen oplevert. Het Verbond verstaat naar de huidige stand van zaken onder onderzoek: door of via een arts op chromosomaal of DNA-niveau naar erfelijke eigenschappen.
Relatie familie-anamnese tot het moratorium
Het aanvraagformulier voor een arbeidsongeschiktheids- en levensverzekering bevat een vraag naar in de familie voorkomende ziekten. Dit is de familie-anamnese. Deze vraag is voor verzekeraars van belang voor het beoordelen van de aanvraag voor een verzekering. Eerder verricht erfelijkheidsonderzoek van bloedverwanten hoeft men vanuit de achtergrond van het moratorium (tot verzekerde bedragen van € 160.000,- bij levensverzekering respectievelijk € 32.000,-/€ 22.000,- bij het eerste/volgende jaarsrisico bij' arbeidsongeschiktheidsverzekering) dan niet te vermelden. Dat geldt eveneens voor het lijden of overleden zijn aan een onbehandelbare erfelijke ziekte van bloedverwanten, bijvoorbeeld Huntington en myotone distrofie. Alle overige gevraagde informatie moet wel worden gegeven. Als deze los staat van erfelijkheidsonderzoek is zij volstrekt in lijn met de gedachte van het moratorium - het voorkomen van belemmeringen van medische technologie - en van groot belang voor de verzekeraar voor de beoordeling van het risico. Overigens resulteren door middel van de familie-anamnese verstrekte gegevens in de praktijk zelden in onverzekerbaarheid.
Vragen en klachten
Met vragen over het moratorium kunnen (kandidaat-)verzekerden zich wenden tot het Verbond van Verzekeraars: www.verzekeraars.nl
Met klachten over de toepassing van het moratorium kan men zich wenden tot de klachteninstituten van het Verbond: de Ombudsman Schadeverzekering (voor arbeidsongeschiktheidsverzekering) of de Ombudsman Levensverzekering: www.klachteninstituut.nl
BELEID VAN DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDS- EN LEVENSVERZEKERAARS, INZAKE ERFELJKHEIDSONDERZOEK
(Bron: Breed Platform Verzekerden & Werk (BPV&W)
Inleiding
De arbeidsongeschiktheids - en levensverzekeraars die lid zijn van het verbond van Verzekeraars hebben in 1990 een moratorium erfelijkheidsonderzoek afgesproken. Daarmee leggen ze zichzelf bij de risicobeoordeling terzake van het afsluiten van verzekeringen beperkingen op. Voordat nader op de inhoud van het moratorium wordt ingegaan, volgt hieronder een aantal belangrijke aspecten met betrekking tot deze risicobeoordeling
Risicobeoordeling
De wederzijdse wilsovereensternming, tussen de verzekeringnemer en de verzekeraar is de basis voor de privaatrechtelijke verzekeringsovereenkomst. Beide partijen baseren zich daarbij op risicobeoordeling. Er is bij particulier verzekeren sprake van vrijwillige verzekering: door beide partijen wordt een afweging gemaakt tussen de baten en lasten van verzekeringsdeelname en - daaruit voortvloeiend - het al dan niet sluiten van een verzekering. De premie is afgeleid van de omvang en aard van het risico. De risicobeoordeling is er op gericht om:
1. reeds aanwezige schadefactoren uit te sluiten
2. zelfselectie te identificeren
3. een adequate beoordeling van het risico en indeling in gelijksoortige risicogroepen te maken
Dit wordt hieronder toegelicht.
(a) In het Burgerlijk Wetboek wordt de verzekering gedefinieerd als een kansovereenkomst: "..een handeling, waarvan de uitkomsten met betrekking tot voordeel en nadeel hetzij voor alle partijen, hetzij voor enige derzelve, van een onzekere gebeurtenis afhangen." Het is dus essentieel dat op het moment waarop de verzekering wordt gesloten, het onzeker is dat, of en wanneer het verzekerde voorval (i.c. arbeidsongeschiktheid of overlijden) zich voordoet tijdens de looptijd van de verzekering
(b) Inherent aan het vrijwillige karakter van een particuliere verzekering is dat degene die een verhoogd sterfte- of arbeidsongeschiktheidsrisico heeft of dat vermoedt zich eerder zal verzekeren dan degene die een dergelijk verhoogd risico niet heeft of dat niet als zodanig, ervaart. Wanneer een verzekeraar zich tegen deze zelfselectie niet beschermt door een eigen risicobeoordeling, ontstaat er een onevenwichtige (financiële) opbouw van de verzekerings-portefeuille door de toestroom van onevenredig veel grotere risico's waarvoor geen toereikend premieniveau kan worden vastgesteld. Een onevenwichtig opgebouwde verzekeringsportefeuille kan resulteren in enerzijds financiële verliezen voor verzekeraars en anderzijds in hogere premies voor nieuwe en - afhankelijk van de soort verzekeringen - bestaande verzekeringen.
(c) In beginsel zal daarom een evenwicht moeten bestaan tussen de ontvangen premies en de toekomstige uitkeringen, aangezien tekorten niet, zoals bij sociale verzekeringen, door een premieverhoging kunnen worden omgeslagen over de polishouders en overeengekomen uitkeringen niet kunnen worden verlaagd. Teneinde toekomstige uitkeringen te kunnen garanderen, dient de verzekeraar daarom een toereikende premie te berekenen. Dit betekent dan ook dat de verzekeraar zich bij persoonsverzekering een goed beeld moet kunnen vormen van de gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde.
Informatie tussen verzekerde en verzekeraar
Adequate risico-inschatting houdt concreet in dat de verzekeraar wil beschikken over dezelfde gezondheidsinformatie waarover de kandidaat-verzekerde beschikt en dat naar aanleiding van deze informatie of bij een groot verzekerd bedrag, de verzekeraar aanvullende informatie of onderzoek kan verlangen. Dit is het algemene uitgangspunt bij de keuringspraktijk. Risico-inschatting gebeurt primair op basis van de door de kandidaat-verzekerde ingevulde gezondheidsverklaring, waarin een aantal vragen over de gezondheid wordt gesteld. Daarnaast kan in aanvulling op de gezondheidsverklaring medewerking aan een medisch onderzoek worden verlangd. Soms worden standaard tests uitgevoerd. Op basis van de verklaring en eventueel medisch onderzoek wordt beoordeeld of en hoe de verzekeringsaanvrage kan worden geaccepteerd.
Moratorium erfelijkheidsonderzoek
Met het moratorium ten aanzien van erfelijkheidsonderzoek hebben verzekeraars aangegeven dat medewerking aan erfelijkheidsonderzoek geen voorwaarde is voor het afsluiten van een verzekering. Evenmin verlangen verzekeraars van kandidaat-verzekerden dat zij het resultaat van eerder verricht erfelijkheidsonderzoek melden beneden de grens van € 160.000 .- -(verzekerd bedrag bij levensverzekering) respectievelijk € 32.000 .-/€ 22.000 .- (eerste/volgende jaarsrisico bij arbeidsongeschiktheidsverzekering (het moratorium is niet van toepassing op ziektekostenverzekeringen)). Iemand die reeds de ziekteverschijnselen verbonden aan een erfelijke ziekte heeft, moet dit uiteraard wél melden. De achtergrond van het moratorium is gelegen in de veronderstelling dat het negatief uitwerken van reeds ondergaan of nog te ondergaan erfelijkheidsonderzoek op de toegang tot verzekeringen voor mensen een belemmering zou kunnen opleveren om aan dergelijk onderzoek mee te doen. De voortgang van de medische technologie zou hierdoor gevaar kunnen gaan lopen.
In december 1994 heeft het Verbond zijn leden geadviseerd het in 1995 aflopende moratorium te verlengen voor onbepaalde tijd, gekoppeld aan een opzeggingstermijn van twee jaar. Tot opzegging zal slechts worden overgegaan indien ontwikkelingen in wetenschap en maatschappij ertoe leiden dat handhaven van het moratorium niet meer verantwoord is.
Tot een dergelijk besluit zal het Verbond niet licht komen. Waar het om gaat is dat verzekeraars niet voor lange tijd in een situatie terecht willen komen waar genetisch onderzoek algemeen aanvaard is en gebruikt wordt, terwijl verzekeraars door het moratorium deze informatie niet mogen gebruiken. In zo'n situatie zal het hiervoor besproken verschijnsel van zelfselectie op grote schaal gaan optreden, met alle nadelige, financiële, gevolgen voor verzekerden en verzekeraars vandien.
Overigens doet zich een dergelijke ontwikkeling in wetenschap en maatschappij ten aanzien van erfelijkheidsonderzoek niet plotseling voor; in de contacten tussen het Verbond, de Tweede Kamer, de betrokken ministeries en de patiëntenorganisaties (Breed Platform, VSOP, NVHP) wordt dit nauwkeurig gevolgd. De ruime opzegtermijn van twee jaar van het moratorium is bedoeld om een ieder de gelegenheid te geven zich te beraden op de gevolgen van een eventuele opzegging van het moratorium.
Definitie
In de praktijk is gebleken dat de term "erfelijkheidsonderzoek" vragen oplevert. Het Verbond verstaat naar de huidige stand van zaken onder onderzoek: door of via een arts op chromosomaal of DNA-niveau naar erfelijke eigenschappen.
Relatie familie-anamnese tot het moratorium
Het aanvraagformulier voor een arbeidsongeschiktheids- en levensverzekering bevat een vraag naar in de familie voorkomende ziekten. Dit is de familie-anamnese. Deze vraag is voor verzekeraars van belang voor het beoordelen van de aanvraag voor een verzekering. Eerder verricht erfelijkheidsonderzoek van bloedverwanten hoeft men vanuit de achtergrond van het moratorium (tot verzekerde bedragen van € 160.000,- bij levensverzekering respectievelijk € 32.000,-/€ 22.000,- bij het eerste/volgende jaarsrisico bij' arbeidsongeschiktheidsverzekering) dan niet te vermelden. Dat geldt eveneens voor het lijden of overleden zijn aan een onbehandelbare erfelijke ziekte van bloedverwanten, bijvoorbeeld Huntington en myotone distrofie. Alle overige gevraagde informatie moet wel worden gegeven. Als deze los staat van erfelijkheidsonderzoek is zij volstrekt in lijn met de gedachte van het moratorium - het voorkomen van belemmeringen van medische technologie - en van groot belang voor de verzekeraar voor de beoordeling van het risico. Overigens resulteren door middel van de familie-anamnese verstrekte gegevens in de praktijk zelden in onverzekerbaarheid.
Vragen en klachten
Met vragen over het moratorium kunnen (kandidaat-)verzekerden zich wenden tot het Verbond van Verzekeraars: www.verzekeraars.nl
Met klachten over de toepassing van het moratorium kan men zich wenden tot de klachteninstituten van het Verbond: de Ombudsman Schadeverzekering (voor arbeidsongeschiktheidsverzekering) of de Ombudsman Levensverzekering: www.klachteninstituut.nl